leerzorgontwerp doorstaat praktijktoets niet
1.
Het praktijkonderzoek waarmee het CLB de zorgbril van het nieuwe leerzorgkader heeft uitgetest, ‘ontdekte’ in het basisonderwijs 29 900 kinderen met ernstige leerproblemen of leerstoornissen. Een ‘nieuwe’ groep kinderen die tot op heden slechts aangewezen zijn op de gewone zorg. Daarnaast zijn er 39 700 kinderen met stoornissen die, zoals vroeger, recht hebben op begeleiding in of door het buitengewoon onderwijs.
Zie ook tabel 6, p 31 uit de publicatie van het inschalingsonderzoek.
(in tabel hieronder hebben we ook de absolute aantallen vermeld)
|
BASISONDERWIJS 651 186(gewoon 616 811, GON 5 284 & buitengewoon 29 091) |
|||||
|
|
Cluster 1 |
Cluster 2 |
Cluster 3 |
Cluster 4 |
totaal |
|
LZN I |
86,2% =561 322
|
2,3% = 14 977 |
0,5% =3 255
|
0,3% = 1 953
|
89,3% =581 509
|
|
LZN II |
2,1% =13 674 |
2,5% = 16 279 |
0,3% = 1 953 |
0,9% = 5 860 |
5,8% =37 768
|
|
LZN III |
|
2,9% 18 884
|
0,5% =3 255 |
0,6% 3 907 |
4% = 26 047 |
|
LZN IV |
|
|
0,6% =3 907 |
0,3% =1 953 |
0,9% =5 860
|
leerstoornissen en ernstige leerproblemen met nood aan extra zorg: 29 900 kinderen. Gemiddeld 12 kinderen per school.
Voorziene zorgbegeleiding: zorgcoördinator, zoals vroeger.
Voorziene zorgomkadering voor deze kinderen: 1,8 miljoen,d.i. gemiddeld nog geen half uur per school. Twee minuten per kind.
Oranje kleur=
autismespectrum- en gedragsstoornissen. 5 860 kinderen.
Voorziene zorgbegeleiding: buitengewoon onderwijs, zoals vroeger.
Voorzien globaal budget: 22,5 miljoen euro
Groene kleur =
andere stoornissen of beperkingen : in totaal: 33 840 kinderen
Voorziene zorgbegeleiding: door of in buitengewoon onerwijs, zoals vroeger
Voorzien budget: leerlinggebonden, gegarandeerd voor elk kind.
Per basisschool zijn er dus gemiddeld twaalf kinderen die nu eindelijk erkend worden in hun nood aan extra zorg, maar voor wie binnen het nieuwe leerzorgkader praktisch geen extra zorgomkadering is voorzien: nog geen twee minuten per kind.
Het stelt de minister in dit eindstadium van onderhandelingen voor een zeer groot probleem. In een bijlage bij zijn persmededeling van woensdag 28 jan. raakt hij dit even – wat bedekt- aan. Klik hier, en dan op ‘derde bijlage’
2.
Hoe goed is de bril die Frank Vandenbroucke hanteert in zijn ontwerp voor een nieuw leerzorgkader? Helemaal niet zo goed als hij het vorige week in zijn persmededeling liet uitschijnen!
In het gewoon basisonderwijs zijn er, buiten de kinderen die begeleiding krijgen vanuit BO, 10 % kinderen zijn met hardnekkige, ernstige zorgvragen. Daarvan zijn nu in het leerzorgkader 29 900 gedetecteerd (op niveau II dus). Dit zijn 4,6 % kinderen. Waar zijn de overige 5,4 %? 0,5% wordt ingeschaald in niveau III. De rest blijft ingeschaald in niveau I . Ze hebben nood aan extra zorg, maar krijgen slechts basiszorg.
Over welke kinderen gaat het? De ouders van kleuters en jonge kinderen zullen dit niet graag horen, maar vooral de kleuterschool wordt de dupe van dit leerzorgkader. Het is niet correct dat men in totaal vijftien op honderd lagere schoolkinderen met extra zorgvragen detecteert en in de kleuterschool slechts drie. Het kan niet dat problemen plots opduiken in het lager onderwijs. De problemen van kleuters moet je ernstig nemen vanaf het eerste ogenblik en er gericht en systematisch op ingaan. Hierbij heeft de kleuterjuf bijkomende ondersteuning nodig van een deskundige zorgcoördinator, véél véél meer dan nu het geval is.
De onderwijsminister raakt dit probleem ook eventjes aan in zijn persmededeling over het praktijkonderzoek. Hij geeft toe ‘dat het kleuteronderwijs zich enigszins anders presenteert dan het lager onderwijs’, Klik hier, en dan op ‘derde bijlage’. Hij vraagt zich af hoe men hier beleidsmatig moet mee omgaan.
Voor GOKINZO is het zonneklaar: indien het leerzorgkader de komende dertig jaar wil doorstaan, dan moet het vertrekken van een lange termijnvisie. Zoniet verwordt het tot een cascadesysteem, waarin problemen escaleren en nog meer zorg vragen in een later stadium.
Besluit
Deze twee onthutsende vaststellingen tonen aan dat dit leerzorgdossier niet rijp is om ingediend te worden als ontwerpdecreet.De bril moet nog worden verfijnd en de zorgmiddelen dienen aangepast.
Wie in het gewone basisonderwijs staat, wéét dat er naast de zopas gedetecteerde groep van 29 900 kinderen met leerstoornissen nog minstens evenveel kleuters en kinderen zijn met hardnekkige zorgvragen. 10 % in totaal. In de vorige regeerperiode vond men het om die reden noodzakelijk om een zorgcoördinator aan te stellen die de klasleraar bijstaat in de zorg voor deze kinderen. De startomkadering was nog ontoereikend, maar men verwachtte dat de huidige regering de begeleiding van deze 10 % (of 65 000) kinderen zou ernstig nemen en er een deftig groeipad aan zou verbinden
Dit is tot nu toe nog niet gebleken, ook al beloofde de onderwijsminister in 2006 tijdens de CAO VIII-onderhandelingen dat hij binnen een nieuw leerzorgdecreet verder zou investeren in de zorgomkadering van de gewone kleuter- en lagere school.
Op een maand tijd sloten zich 35 321 leraars, directies, zorgbegeleiders, GON-begeleiders en ouders, via een papieren petitie, aan bij ons verzoek aan het Vlaams Parlement. Dit verzoek werd ontvankelijk verklaard.
Concreet vragen we een degelijke, binnenschoolse begeleiding van de kleuters en kinderen met ontwikkelingsachterstand, -voorsprong, laag zelfbeeld, ontwikkelings- en leerproblemen die al of niet verwijzen naar een stoornis ….Dit komt neer op een voltijdse opdracht zorgcoördinator per 180 kinderen. Voor de kinderen met een handicap die in het gewoon onderwijs een diploma kunnen behalen (autisme, leerstoornis, ADHD, visuele handicap …) vragen we voldoende gespecialiseerde, binnenschoolse en leerlinggebonden begeleiding -net zoals ze in het buitengewoon onderwijs zouden krijgen!-.
We overhandigden ons verzoekschrift ook aan Minister-President Kris Peeters. Hij verzekerde ons ervan om deze vraag vanuit een reprentatief deel van het werkveld ernstig te nemen!
Posted in Uncategorized