Meerzorg » Page 'getuigenis 1 -leerzorgkader in de kleuterschool?'

getuigenis 1 -leerzorgkader in de kleuterschool?

Het leerzorgkader in de kleuterschool: ik zie het niet?

 

Linda Van Driel V

Wij wisten niet

dat jij al zo ver stond in je levenswandel.

Hadden we het geweten,

we hadden je proberen af te remmen,

vast te houden…

Jij gaat nu verder op jouw pas,

maar in gedachten wandel je steeds met ons mee.

 

Met diepe droefheid delen we mee dat Linda Van Driel, lid van onze studiegroep en directrice van kleuterschool De Robbert in Hamont-Achel op 14 oktober ’08 plots in haar school is overleden. Het was een gewone schooldag…

Onze innige deelneming gaat naar haar ouders en familie en naar haar collega’s in haar kleuterschool.

Linda leefde voor haar kleuters, en was enorm begaan met het zorgbeleid in de kleuterschool. Ze was in onze groep een vurig pleitbezorgster voor een beter leerzorgkader waarin ook plaats moet zijn voor de kleuters. Ze schreef dit uit in volgende getuigenis. Dit was Linda’s laatste boodschap. Maar ze kan tellen!

 

Dit is een getuigenis van een bezorgde directeur van een gewone doorsnee kleuterschool. Gewoon, maar wel met een groeiend aantal kleine en grote zorgvragen in zijn populatie… met een groeiende vraag naar ondersteuning van de klasleerkracht: een bezorgdheid naar de toekomst.

 

N.a.v. de komst van het nieuwe leerzorgkader heb ik geprobeerd om er wat meer zicht op te krijgen maar hoe ik ook keek: ik zag de plaats voor de kleuters niet?

 

Heel het kader is blijkbaar gebaseerd en ingedeeld op basis van gemotiveerde verslagen. Maar die zijn er over het algemeen in de kleuterafdeling nog niet! Wel de kenmerken, nog niet de diagnose …

Als al die kleuters dan in niveau I, in cluster 1 en 2 zitten, zie ik met het ingaan van het leerzorgkader geen verandering voor het kleuteronderwijs … wat ik wel zie, is dat de populatie “breder” kan worden door de mogelijke instroom van kinderen met een handicap of andere problematiek. Maar hoe zit het dan met draagkracht van onze klasleerkrachten?

Houdt een degelijk uitgebouwde en zorgbrede werking in elke school ook rekening met het kleuterpubliek?

Vandaar, vanuit de huidige situatie waar een kleuter nog steeds niet voor 100 % meetelt (aanwendingscoëfficiënt) en waar de kleuterafdelingen regelmatig “gezegend” worden met kruimeltjes ondersteuning… ik zie het niet!

Ik verduidelijk even.

  • Kinderverzorging: onze school krijgt veertien uur voor vier klassen 2,5- en driejarigen.

De hulp van de kinderverzorgster is nodig in al deze klassen, elke voormiddag.

Als de juf geen ondersteuning heeft van de kinderverzorgster gaat de meeste

aandacht naar het verzorgende aspect en het meest naar het verversen van

pampers. Het pedagogische aspect is dan niet meer prioritair en de bedoelde

“krachtige leeromgeving” dreigt een veredelde vorm van kinderopvang te worden. 

  • Zorg+: Eén van de pijlers van kleuterparticipatie is om ouders van kleuters te stimuleren om zo vroeg mogelijk naar school te komen (2,5 jaar).

Mooi… maar dat betekent ook dat er meer kleuters zullen zijn die nog niet zindelijk zijn. De uren kinderverzorging blijven hetzelfde, het aantal kleuters met pampers worden groter. De grootste aandacht gaat naar het verzorgende aspect, en … naar een hele lijst richtlijnen en suggesties voor de zorg+leerkracht om te netwerken met externe instanties om ouders te mobiliseren…brochures, het starterboekje, een spel voor thuis, een dagje in de kleuterklas met commentaar van een kinderpsychiater , …

en dit allemaal binnen enkele uren (zes voor onze scholengemeenschap). Ondertussen zijn deze uren toegevoegd aan de zorgenveloppe van de zorgcoördinator.

  • Een aangepaste telling voor het inrichten van zomerklasuren: ook mooi, maar pas toe te passen als je boven het aantal zit van de telling van 1 februari van het voorgaand schooljaar. In ons geval: jammer, maar helaas. Dat resulteert dan in de praktijk in klasgroepen tussen 20 en 25 bij de driejarigen, en naar het einde van het schooljaar toe in de ingroeiklasjes van de 2,5-jarigen tussen de 28 en 31 kleuters.De klassen waarin we een kinderverzorgster plaatsen omdat het daar het meest nodig is (lees: de klas waar het meeste kinderen met pampers zitten) hebben geluk. De andere kleuterjuffen moeten roeien met de riemen die ze hebben, creatief zijn…. En ook in deze klassen zitten kleuters met grote of kleine zorgen… Je moet een duizendpoot zijn om ze te zien…. bij al het andere.

 Gelukkig kwam vanaf 2003 de zorgcoördinator in beeld… diegene die de klasleerkracht kan ondersteunen: mee-kijken, observeren en signaleren, en ondersteunen om zoveel mogelijk “handelingsgericht” te kunnen werken. Een functie die goud waard is en ook beleidsmatig een echte ondersteuning.

Iemand die zich kan professionaliseren in het coachen, begeleiden van klasleerkrachten (de spil van een zorgbrede werking), in het verdiepen in mogelijke problematieken, in het opstellen van handelingsplannen, …en zoveel meer (cfr functieomschrijving).

 

Een volwaardige functie… dat zou het moeten zijn maar… ook hier: jammer, maar helaas.

Zeker in het toekennen van uren: ook met de lichte uitbreiding slechts 2/3 opdracht voor een populatie van 270 kleuters? Als je dan naar het model van functieomschrijving kijkt…?!

 

Meneer de minister, er is toch geen kinderpsychiater nodig om u uit te leggen dat de eerste zes jaar van een kind “allerbelangrijkst” zijn?

 

Als u in het jaar van de kleuter wil laten blijken dat u al het werk in onze kleuterafdelingen naar waarde schat, geef ons dan geen kruimels, maar begin bij het begin.

Maak het de kleuterjuffen mogelijk om met een haalbare klasgroep (aanpassing aanwendingscoëfficiënt) een krachtige leeromgeving te creëren.

En geef ons de gepaste ondersteuning van een volwaardige zorgcoördinator.

Geef de kleuterjuffen van de jongste kleuters diezelfde kans door hen elke dag de verzorgende rechterhand te geven.

 

Alleen dan kunt u immers garanderen dat de kleuters ook effectief genieten van kwaliteitsvol onderwijs -voor iedereen- !

 

En ja, dàn wordt ook inclusie haalbaar…

 

 

Posted in Uncategorized