Meerzorg » Page 'getuigenis 4 - Nefast voor kinderen met ernstige visuele handicap'

getuigenis 4 - Nefast voor kinderen met ernstige visuele handicap

De GON-begeleiders van de school voor buitengewoon onderwijs van Ganspoel Huldenberg slaan alarm. Het geplande leerzorgkader is nefast voor heel wat kinderen met visuele handicap (in het leerzorgkader aangeduid als doelgroep E binnen cluster 3).

Met hun vraag naar aanpassingen voor deze relatief kleine doelgroep vinden ze geen gehoor bij de ministeriële ontwerpers van het leerzorgkader. Hieronder vatten ze deze drie vragen samen:

 

 

1.      Wat met onze slechtziende kinderen die nu geïntegreerd onderwijs (GON) volgen?

 

Binnen het leerzorgkader vallen deze kinderen onder cluster 3. Daarin voorziet men meer globale omkadering, en een verhoging van de omkadering voor coördinatietaken en administratieve opdrachten. Via de ‘leerzorgeenheden’ zijn deze kinderen allemaal zeker van leerlinggebonden ondersteuning vanuit het buitengewoon onderwijs, aan twee uur per week elk schooljaar, in tegenstelling tot kinderen met bvb autisme of dyslexie.

 

En toch draait deze nieuwe maatregel slecht uit voor heel wat van onze slechtziende leerlingen, nl.  voor braillisten die het gewone leerplan volgen, kinderen met CVI en zwaar slechtziende leerlingen die veel technologische hulpmiddelen nodig hebben.

Voor velen van hen betekent dit mogelijks het einde van hun integratie in het gewone onderwijs…

 

Iedereen wordt dan immers over dezelfde kam geschoren in leerzorgniveau II, cluster 3. Elke leerling met visuele handicap - zij het ernstig of zij het matig - krijgt voortaan twee uur per week toegekend, maar de begeleidingsdienst krijgt de flexibiliteit niet meer om het aantal uren per leerling te bepalen in functie van de nood van die leerling.

 

Extra aandacht vragen wij vooral voor een heel beperkte groep leerlingen die starten in een eerste leerjaar en daar ook Braille leren lezen en schrijven. Dit verloopt binnen een specifiek systematisch opgebouwd proces. Tot nu toe konden wij gedurende één jaar acht extra eenheden aanvragen binnen de pot afwijkingsuren. Dit zou in de toekomst niet meer mogelijk zijn.

 

Ook in de gewone kleuterklas wordt de begeleiding voor blinde of slechtziende kleuters beperkt tot twee uur begeleiding. Soms is een ruimere ondersteuning echt noodzakelijk om hun ontwikkelingskansen en integratie te garanderen. We pleiten ervoor dat ook voor kleuters soms een ruimere begeleiding moet kunnen.

 

Kan dit binnen het leerzorgkader? Neen, een ruimere ondersteuning kan slechts als men het kind inschaalt in leerzorgniveau III, maar dan komt het -ondanks zijn normale intelligentie- niet meer in aanmerking voor een gewoon diploma…

 

Nu heeft Centrum Ganspoel 161 leerlingen, van wie slechts 25 leerlingen met matige visuele handicap, dus aan 2 eenheden = 50 uur begeleiding per week, en 136 leerlingen met ernstige visuele handicap aan 4 eenheden = 544 uur begeleiding per week.         

Per jaar zijn dat: 21384 uur, nl. l. 25 x2 x 36 =  1800 u en 136 x 4 x 36 =19584 u      

 

We maakten de simulatie.

Indien elk kind twee begeleidingseenheden krijgt per week, dan komt het totaal per jaar op 11592 uur, nl.  25 x 2 x36= 1800 uur en 136 x 2 x 36= 9792 uur.

Hierdoor verliezen we 9792 uren begeleiding per jaar!

 

Onze vraag: differentiatie tussen leerlingen moet mogelijk blijven. Misschien is de opdeling matig/ernstig niet meer up to date, maar elke leerling laten terugvallen op twee eenheden betekent een ernstige rem op de ontwikkelingskansen van kinderen met een visuele beperking.
We willen dus garanties dat we ook in de toekomst gemotiveerde afwijkingen zullen kunnen aanvragen.

 

 

2.      Verbreding en verdieping van de scholen voor kinderen met visuele handicaps?

Binnen het geplande leerzorgkader kan elke school voor buitengewoon onderwijs initiatief nemen om onderwijs voor kinderen met visuele handicaps te bieden. Men wil het aanbod van het buitengewoon onderwijs verruimen zodat kinderen niet meer verplicht moeten kiezen voor internaat, en zodat de busrit niet te lang meer is. Tevens hoopt men door die verruiming de diagnostische kwaliteit te verbeteren.

 

Een spreiding van het aanbod per provincie lijkt wel de beste oplossing, maar geeft geen garantie op een kwaliteitsvolle benadering van kinderen met visuele handicaps.

Deze doelgroep vraagt een zeer specifieke aanpak en kennis. Jarenlang opgebouwde expertise is noodzakelijk. Meer dan bij motorische of auditieve handicaps, waarvan de kennis ruimer verspreid is en de doelgroepen groter zijn. Kwaliteitsnormen zijn noodzakelijk, bvb door samen te werken met een bestaande school.

 
Ook voor de diagnose en indicatiestelling van kinderen met visuele handicaps stelt zich een probleem: hiervoor is slechts een handvol experten, vaak verbonden aan scholen of zorgverstrekkers. Ook CLB-medewerkers wenden zich tot deze experten om een onderbouwd verslag op te maken. Verruiming van het aanbod komt de diagnostische kwaliteit dus niet per se ten goede.


Door ondoordachte verruiming van het onderwijsaanbod voor kinderen met visuele handicaps onderschat of miskent men de specifieke noden en kernmerken van deze groep.

Opmerking: de huidige type 6-scholen beantwoorden de vraag naar passend onderwijs in eigen regio door het GON–aanbod maximaal in te zetten. Zo worden vanuit Centrum Ganspoel 161 leerlingen via GON begeleid. Slechts 57 leerlingen verblijven op(semi)- internaat in Huldenberg.

 

Onze vraag:
Bij de verruiming van het onderwijsaanbod eisen we een aparte benadering voor doelgroep E.  

Op zijn minst vragen we bijkomend grondig onderzoek van de effecten van leerzorg op deze doelgroep.


3.      Plaats voor kinderen met een meervoudige beperking?

 

In het geplande leerzorgkader wil men alle leerlingen binnen één zorgveld dezelfde omkadering geven. Voor cluster 3 baseert men zich op de omkadering van de huidige types 2, 6 en 7. Type 4 (motorische beperking) krijgt een financiële aanvulling op dit basispakket. Deze uitzondering blijft bestaan in het leerzorgkader.

De personeelsomkadering optrekken enkel voor type 4, vanuit de veronderstelling dat meer omkadering nodig is voor minder mobiele kinderen, is niet correct. Ook binnen andere types is er een stijgend aantal niet-mobiele kinderen.

Bij de kinderen met visuele handicaps van niveau III en IV bvb zijn zeer veel kinderen met een meervoudige problematiek.

Een screening van de leerlingen in Centrum Ganspoel in mei 2008 leert ons dat:
- 50% van de leerlingen, naast een visuele beperking, een gedragsprobleem heeft, gaande van licht tot ernstig.
- 25% van de leerlingen heeft een bijkomende motorische beperking
- 29% heeft een (vermoeden van ) autisme.

Onze vraag: de personeelsomkadering moet (forfaitair of gradueel) aangevuld worden in alle clusters waar niet- mobiele kinderen zijn.

 

Tot slot:

-          we willen duidelijk stellen dat het decreet fundamenteel voor ons haalbaar is. We steunen de minister in zijn visie en redenering. Maar indien niet voldaan wordt aan deze drie bovenstaande voorwaarden, kan dit decreet niet voor ons.

-          Naast deze kritieken, zijn er nog heel wat vragen, maar die werden in deze beknopte nota niet behandeld.

 

GON-begeleiders Centrum Ganspoel

9 december 2008

 

 

 

 

Posted in Uncategorized