Getuigenis 3 - Open Brief aan minister Vandenbroucke
TV-Klasse van het tijdschrift Klasse voor Ouders- uitgegeven door het Departement Onderwijs- maakte onlangs een mooi filmpje dat de werking van de zorgcoördinator in een positief daglicht stelt. Ann Van Dessel werkte hier graag aan mee. Toch wil ze ook een forum om aandacht te vragen voor de huidige knelpunten in het zorgbeleid van het basisonderwijs, zeker nu de plannen voor een nieuw leerzorgkader geen rekening houden met deze knelpunten. In deze Open Brief richt ze zich rechtstreeks tot de onderwijsminister…
Wespelaar, 15 december 2008
Geachte Minister van Onderwijs
Niet onmogelijk dat u al van mij gehoord heeft.
Onlangs mocht ik de zorg op onze school voorstellen in een informatiefilmpje voor Klasse voor Ouders.
Ik nam de reportagemaakster een volle schooldag op sleeptouw doorheen onze school. Zo kreeg zij een volledig beeld van de zorginitiatieven, maar ook van de hulpkreten in een reguliere basisschool op het platteland zónder GOK-uren.
Dit resulteerde uiteindelijk in een mooi sfeerbeeld dat zeker vertrouwen geeft in een zorgcoördinator, iets waar het de makers om te doen was. Ouders moeten inderdaad weten dat ze met kleine of grotere zorgvragen bij een zorgcoördinator terecht kunnen.
Maar je mag ouders ook niet in de luren leggen. Zij moeten weten dat zelfs de meest enthousiaste, deskundige zorgbegeleider niét in staat is om op vele vragen een antwoord te bieden. De omkadering is niet in verhouding. En dat is zorgwekkend, zeker nu u plannen heeft om het gewone en het buitengewoon onderwijs in elkaar te schuiven. Dit kan niet zonder uitbreiding van zorguren.
Daarom deze open brief aan u.
Wat ik verder schrijf, is niet uit de lucht gegrepen. Het gaat om werkelijke kinderen en werkelijke situaties: vandaag – in onze school. Ik heb alleen hun namen gewijzigd.
Alleen al in onze eerste graad zitten 101 kinderen van zes en zeven jaar. Vindt u het normaal dat vandaag maar liefst 19 van hen buitenschools logopedie volgt? Dat is inderdaad bijna 20%. Nog eens 12% van hen volgt kinesitherapie. Kinderen die al een behandeling hebben afgerond heb ik niét meegerekend. Voor 22% van onze eerstegraadskinderen liep of loopt een uitgebreid individueel onderzoek door buitenschoolse instanties of is er een plaatsje op wachtlijsten. Van zorgenkinderen gesproken.
Daan is net zeven. Hij doet de 1ste klas over en volgt 2 x / week logopedie. Hopelijk kan hij zeer binnenkort ook in een diagnostisch centrum terecht voor een neuro-linguïstisch onderzoek. De klasjuf tracht zo goed en zo kwaad als het gaat te differentiëren.
Voor Daan is een schooldag loodzwaar. Als beloning voor zijn inspanningen mag hij 2 x / week ’s avonds naar de logopediste – om daar nog maar ’s zijn tanden kapot te bijten op die moeilijke letters!
Nee, Daan kan niet bij ons terecht, Mijnheer de Minister.
Is dit door gebrek aan deskundigheid? Neen. Na 28 jaar basisonderwijs, waarvan 8 jaar buitengewoon onderwijs type 1, 2 en 8, en vervolgens 20 jaar in de zorg (eerst taakleerkracht – vervolgens voltijds zorgcoördinator) in het reguliere onderwijs, durf ik stellen dat ik Daan doeltreffend zou kunnen begeleiden.
Mij ontbreekt echter de tijd. Onze school kreeg van u één voltijdse functie zorgcoördinator om 480 leerlingen, 4 vestigingsplaatsen, 24 klassen, en 30 collega’s te ondersteunen. Totaal onvoldoende. Onze school koos er voor om de klasgroepen groter te maken en ambulante functies te schrappen, zodat we daarmee uren konden besparen om nog een voltijdse en een deeltijdse zorgleerkracht aan te stellen in de kleuterschool en in de bovenbouw.
Zelfs dan beschikken we niet over voldoende tijd.
U verplicht Daans ouders om veel geld uit te geven aan buitenschoolse therapie: 9 euro voor een wekelijkse sessie. Jarenlang. En u ontneemt Daan zijn zo broodnodige ontspanning na een schooldag op de tippen van zijn teentjes lopen. Omdat uw prioriteiten niet samenvallen met de noden van de kinderen.
Neen, beste Mijnheer de Minister.
Ik overdrijf niet. Ik kan naast Daan tal van voorbeelden uit mijn dagelijkse praktijk geven.
Weet u dat een kind zeer zelden voor de leeftijd van 8 jaar een erkend attest van dyslexie/dyscalculie krijgt? Maar ondertussen zitten die kinderen wel in onze scholen, om daar zogezegd ‘onderwijs op maat’ te krijgen.
Weet u dat een kwart van de kinderen in een gewone basisschool zonder GOK-uren zorgenkinderen zijn?
De mama van Roos en Jana deed vorige week een zelfmoordpoging nadat zij van de kinderen expliciet afscheid had genomen. Jana doet niet anders dan huilen in de klas. Roos is zeer introvert en agressief geworden.
Zijn dat geen zorgenkinderen?
Klaas is hoogbegaafd en net zoals de meerderheid van deze kinderen (slechts een minderheid doorloopt probleemloos de basisschool) zit hij niet goed in zijn vel. Hij neigt duidelijk naar depressief, omdat hij zich vaak gefrustreerd en anders voelt. Aangepaste, compacte leerinhouden in de klas en een wekelijkse activiteit met zielsgenoten maakt voor hem het grote verschil: het helpt hem te geloven dat hij anders mag zijn.
Is Klaas geen zorgenkind?
Sylvies ouders zijn gescheiden. Sylvie wordt thuis van het kastje naar de muur gestuurd en vindt nergens houvast. Op school kan ze terecht bij de zorgmeester die geregeld tijd maakt voor een babbeltje. Is Sylvie geen zorgenkind?
De mama van de 5-jarigeTeun zit met de handen in het haar. Teun vertoont signalen van overbeweeglijkheid en aandachtsproblemen. Mama komt elke week langs bij de zorgjuf. Samen bekijken ze de ontwikkeling van Teun. Maar hij is allicht in uw ogen geen zorgenkind?
Bij Tine, Fien en Broes uit de 1ste klas komt het aanvankelijke leesproces zeer moeizaam op gang. 6 à 8 weken intensieve remediëring doet hen het klasniveau weer bijbenen. Niet belangrijk? Moeten Tine, Fien en Broes in uw leerzorgkader dan maar uit de boot vallen? Of moeten zij ook maar naar de buitenschoolse hulp? Hun ouders kunnen dit toch betalen?
Ik hoef er geen tekeningetje bij te maken.
Als u uw plannen doordrijft en daarbij de zorguren voor de gewone school niet uitbreidt, rest voor al deze kinderen geen tijd meer.
Alle zorguren zullen noodgedwongen gaan naar kinderen met een veel ernstiger problematiek. Want dankzij het leerzorgkader zullen wij in het reguliere onderwijs heel wat meer kinderen met leer- of andere stoornissen moeten opvangen.
En hoe we ook ons best doen, dat zal ons niet lukken, Mijnheer de Minister.
Want wij kunnen hen nooit geven wat ze nodig hebben; onvermijdelijk zullen we vervallen in doekjes-voor-het-bloeden-werk. Omdat we niet over de expertise, en vooral niet over de middelen en de uren beschikken die het buitengewoon onderwijs wel heeft.
Heel jammer voor deze kinderen, die in het B.O. wél goed kunnen groeien én opnieuw een positief zelfbeeld krijgen. Ik spreek uit ervaring.
Ook heel jammer voor alle zorgenkinderen van vandaag (herinnering: ¼ van de klas) die uit de zorgboot zullen vallen.
Het is wraakroepend dat steeds meer jonge kinderen naar buitenschoolse therapeuten moeten lopen omdat u weigert te investeren in degelijke zorg in het gewoon onderwijs.
De kwaliteit van ons basisonderwijs, waar het buitenland met zoveel bewondering naar opkijkt, zal zienderogen zakken. Dat effect zal niet lang op zich laten wachten.
De klasleerkrachten zullen zwaar aan welbevinden inboeten en daardoor uiteraard minder goed functioneren.
Hoe lang zullen al die gedreven, enthousiaste, gemotiveerde en overbevraagde onderwijzers en kleuterleiders dit nog kunnen dragen?
Wie niet meer gelukkig is in zijn baan, die zoekt ander werk, Mijnheer de Minister.
Of die start niet eens een lerarenopleiding.
Ik mag aannemen dat u de functiebeschrijving van een zorgcoördinator al eens heeft gelezen. Kunt u me vertellen hoe een gedreven en ervaren zorgcoördinator het leerzorgkader moet realiseren in de uren die hij er van u voor krijgt?
Bent u op de hoogte van het feit dat steeds meer onderwijsmensen, met name mensen uit de zorg, door de vingers glippen door burn-out, depressie, slaapstoornissen, migraine, CVS, hyperventilatie,… en dat de link met de job zeer pijnlijk te trekken is?
Leraars, directies en zorgbegeleiders die 100 % met zorg bezig zijn kennen hun grenzen en zeggen: “Stop! Dit kunnen we niet. Dit kind wordt niet gelukkig op onze school.”
Stop, Mijnheer de Minister! Dit kunnen wij niet aan. Door de voortdurende stijgende noden van de kinderen, de toenemende hulpvragen en de steeds maar hogere eisen die u (ja, u! Want u weigert de broodnodige maatregelen te nemen!) aan onderwijzenden stelt zullen er veel slachtoffers vallen.
Excuus voor mijn krachtige taal. Maar u mag ons en onze collega’s leerkrachten en vooral de kinderen niet in de steek laten bij het lanceren van dit prestigieuze leerzorgkader.
Dank voor uw aandachtig lezen.
Oprecht,
Ann van Dessel
Zorgcoördinator WAVO-basisschool, O.-L.-V.-Waver
Posted in Uncategorized