Meerzorg » Page '2. Basiszorg?'

2. Basiszorg?

  

 

 

 

 

Cluster 1

Cluster 2

Cluster 3

Cluster 4

Zorgniveau I

  I,1          I,2            I,3       I,4  meer dan negen op tien kinderen

Zorgniveau II

II,1

II,2

II,3

II,4

Zorgniveau III

 

III,1

III,3

III,4

Zorgniveau IV

 

 

IV,3

IV,4

 

 

 

 

 

 

 Als een kind ingedeeld wordt in zorgniveau I én in cluster 1, behoort het tot het zorgveld I,1.

Dan heeft het recht op een basiszorgaanbod. Iets wat elke leerkracht binnen zijn klas kan geven: voldoende differentiëren en kort remediëren waar nodig.

Ook sommige kinderen met stoornissen kunnen in zorgniveau I belanden

en hebben dan alleen recht op deze basiszorg, met name

in zorgveld I,2 zitten bvb alle kleuters met licht mentale handicap,

in zorgveld 1,4 kunnen sommige kinderen met ADHD of autismespectrumstoornis of gedragsstoornis terechtkomen,

en in I,3 kunnen kinderen met lichte visuele, motorische of auditieve beperking zitten. Zij krijgen wel een financiële tussenkomst voor hulpmiddelen.

 In dit basiszorgaanbod zitten de meeste kinderen. Meer dan negen op tien van alle kinderen. Meer dan 97% van alle kleuters!!!

 Dit wilden de ontwerpers van dit nieuwe kader ook zo hebben. De criteria om kinderen in zorgniveau II in te schalen zijn zeer streng gehouden. Het poortje om in zorgniveau II te geraken is bijzonder klein!

Ongetwijfeld zal de praktijktest die het CLB ondertussen afgerond heeft, ons hierin gelijk geven.

 Is dit terecht?

Neen, want het gaat niet alleen om de vele kinderen met kleine zorgvragen, waarmee een gewone klasleraar zijn handen vol heeft.

 Het gaat hier ook om kinderen met hardnekkige en ernstige zorgvragen,

 zoals langdurige lees-, reken- en schrijfproblemen,

kinderen met leervoorsprong

en kinderen met laag zelfbeeld.

Ook vele kleuters en jonge kinderen die eigenlijk wel een leer- of ontwikkelingsstoornis hebben,

maar bij wie men dat pas kan vaststellen op latere leeftijd.

 In dit zorgveld horen ook kleuters met licht mentale beperking (gelijk te stellen met IQ 50 tot 70),

en schoolkinderen die randbegaafd zijn, dus een IQ hebben tussen 70 en 85. In de toekomst zal verwacht worden dat deze kinderen moeten opgevangen worden in de gewone basisschool. Tot nu toe tref je veel van deze kinderen in een BO-school, type 1, in kleinere klasjes, met een drievoud aan middelen, en omringd door heel wat begeleiders.

 

Wat men ook moge beweren, veel van deze kinderen hebben nood aan meer dan een basisaanbod, Men mag niet verwachten dat de kleuterjuf of onderwijzer al deze kinderen de juiste begeleiding kan geven. En die aangepaste begeleiding is nochtans broodnodig.

Daarom is er in elke school een zorgcoördinator. Maar diens urenpakket is nu al onvoldoende. Anderhalf uur per week per klas om én de leerkrachten te ondersteunen, om met ouders en CLB-medewerker te overleggen, observaties te doen, én dossiers bij te houden, én zorgactiviteiten op school te organiseren en daarbij nog individueel of in groep kinderen intensief te remediëren en begeleidings- of stappenplannen uit te schrijven.

Neen, op dit ogenblik slagen de meeste scholen er niet in om een degelijk zorgbeleid uit te bouwen.

Dus gaan ouders die het kunnen betalen op zoek naar goede logopedisten of revalidatiecentra, of voelt de school zich verplicht om de andere kinderen door te verwijzen naar het buitengewoon onderwijs.

Dat laatste is een te duur kostenplaatje aan het worden, vindt de minister. Dus lost hij dit probleem op door heel wat van deze kinderen ‘gewoon’ in de gewone school te houden.… zonder bijkomende investeringen. Van ongelijk kansenbeleid gesproken.

Zorgveld I,1 is veel te groot, en het vangnet dat de minister voorziet, is bijzonder licht. Geen wonder dat daar scheuren in zullen komen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 
 

 

 

 

 

 

 

Posted in Uncategorized